Historie

Het archief

Algemeen

Voor archiefbezoek/onderzoek in het archief kunt u contact opnemen met Cor Hameeteman, tel. 0187-482967, c.j.hameeteman@hetnet.nl.

Ontstaan

Het kerkarchief is bedoeld om alles wat te maken heeft met de historie van de kerk te bewaren voor het nageslacht en voor onderzoek. Het is heel bijzonder dat er, ondanks de twee grote branden zoveel archiefmateriaal bewaard is gebleven. In 1982 besloten Jaap Rooij en Wim Donkersloot, beiden aangesteld als archiefbeheerders, alles te gaan ordenen in twee onderdelen: Diaconie en Kerkvoogdij. Omdat diaconale stukken soms moeilijk te onderscheiden zijn van kerkenraadsstukken werd besloten om Diaconie en kerkenraad bij elkaar te voegen. Verder besloot men alles te ordenen vanaf het begin tot en met 1970. Dit jaartal bleek niet exact te hanteren te zijn, zodat er ook recentere stukken in de eerste inventaris te vinden zijn.

DTB-boeken

Door de eeuwen zijn is de registratie van dopen, trouwen begraven altijd een belangrijk onderdeel geweest van een kerkarchief en daarnaast het bijhouden van de lidmatenregisters.

Alle kerken werden in 1563 door het Concilie van Trente verplicht huwelijksregisters bij te houden. Later werden er ook doop-, overlijdens- en begrafenisregisters gemaakt. Maar dat was niet verplicht. Het oudste doopboek van ons land is dat van Amsterdam dat start in 1564. Het oudste doopboek van ons eiland is dat van Dirksland dat begint in 1588.

De doop-, trouw- en begraafboeken worden gemakshalve altijd samengevat als de DTB-boeken. Na de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 moesten deze boeken worden ingeleverd bij de burgerlijke gemeenten waar ze bijna een eeuw bewaard zijn gebleven. In 1919 moesten ze overgebracht worden naar het Rijksarchief in de provincie waar deze gemeenten toe behoorden. Dat betekent voor Middelharnis dat ze werden overgebracht naar het Rijksarchief (RA) in Den Haag, nu afgekort tot NA (Nationaal Archief). Niet alles werd in 1811 ingeleverd, zodat er ook nu nog enkele originele exemplaren in het kerkarchief te vinden zijn.

In 2005 ontstond het Streekarchief Goeree-Overflakkee als een gemeenschappelijke regeling van de toenmalige vier gemeenten Goedereede, Dirksland, Middelharnis en Oost-Flakkee onder de paraplu van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband, het ISGO. Daarvoor had het Genealogisch Centrum Goeree-Overflakkee dit al getracht te realiseren, maar vanwege het financiële aspect en omdat de vier gemeenten toen nog niet op één lijn lagen, waren die plannen niet gelukt. In 2013 ging dit alles op in de nieuwe gemeente Goeree-Overflakkee. In het Streekarchief Goeree-Overflakkee bevinden zich dus nu de originele DTB-boeken van de Herv. Gemeente Middelharnis.

De doopregisters om onze gemeente beginnen in 1627. De registratie vond in de meeste gevallen plaats door de dominee. Het doopboek, het boek waarin de registratie plaats vond, werd door hem bijgehouden. Om vermissing van deze boeken te voorkomen werd er een contradoopboek gemaakt. Enkele contradoopboeken bevinden zich dus nog in het kerkarchief, maar niet allemaal, want soms nam de dominee bij zijn vertrek één of meerdere doopboeken mee.

Als een doop geregistreerd werd, gebeurde dat natuurlijk op het gehoor. De doopvader noemde de naam en de dominee schreef het gegeven op. Daar ontstonden dus al de eerste verschrijvingen van achternamen. Soms vind je net zoveel verschillende achternamen van de kinderen vermeld als er gedoopte kinderen waren.

Ter illustratie volgen hier enkele voorbeelden van in het archief aanwezige doopboeken.

De huwelijksregisters werden ook door de predikant opgesteld. Tot 1812 werden de meeste huwelijken in de kerk gesloten. In de regel gebeurde dat tijdens de zondagse eredienst. Wie het huwelijk niet in de kerk liet bevestigen (daar konden verschillende redenen voor zijn), had nog de mogelijkheid om dit voor schout en schepenen in het gemeentehuis of stadhuis te laten doen. De huwelijksregistratie was dus een wettelijke vastgesteld iets. Iets dergelijks kom je nu nog in Amerika tegen. Daar trouw je of in de kerk, of voor het gerecht. Een andere mogelijkheid is daar niet. Overigens hebben niet alle kerken daar het recht dit te doen.

Er waren hier wel verschillende regels per gewest.

Het huwelijksregister in onze gemeente begint ook in 1627. Vaak is het huwelijksregister eigenlijk een ondertrouwregister waarbij soms de datum van het huwelijk werd vermeld. Soms was het een simpele vermelding en soms was de predikant wat uitvoeriger.

De afkondiging van het huwelijk vond eveneens in de kerk plaats. Dat gebeurde op drie achtereenvolgende zondagen.

Lidmatenregisters.

Zowel protestantse als katholieke geestelijken legden lijsten aan van hun gemeenteleden. Daarin werd opgetekend wie lidmaat werd op belijdenis, wie met attestatie van elders was binnengekomen, of wie als lidmaat al in de gemeente woonde. Sommige predikanten vermeldden de lidmatenlijst per straat zodat je soms van huis tot huis kunt aangeven waar die lidmaten toen woonden. Wie van elders binnenkwam, moest een attestatie tonen. Een attestatie is een bewijs van de kerkenraad van de gemeente die hij of zij verliet en waaruit bleek dat deze persoon tot de belijdende leden behoorde. Op grond van die attestatie werd toegang verleend tot het Heilig Avondmaal. In de plaats van herkomst werd vermeld dat betreffende persoon met attestatie was vertrokken naar………. Het gebeurde ook wel dat predikanten achter de naam van de lidmaten obiit vermeldden. Dat betekent dat de betreffende lidmaten waren overleden. Een datum werd er meestal niet bij vermeld, maar soms wel een jaartal.

Het oudste lidmatenregister in onze gemeente is van 1643. (hieronder pagina 1)

Overige archiefstukken. (In voorbereiding)